Juni 2013

Voorwoord

Een nakend afscheid.

Het was ruim op voorhand aangekondigd. Dus je zou denken dat iedereen ruim de tijd heeft gehad om zich er klaar voor te maken.

En dat is ook zo natuurlijk. Zo kennen we haar wel. Leen. Die vertrekt niet zomaar met hangende zaken achter zich. Alles wordt tot in de kleinste details overgedragen, gebriefd, opgeruimd en uitgeklaard.

En toch. Kan ik me nu niet inbeelden hoe het volgende week gaat voelen. Zonder de al-wetende-Leen daar boven. Die zekerheid dat er altijd nog iemand is die het antwoord op die moeilijke vraag wel zal weten. Of de oplossing voor die ingewikkelde kwestie.

En toch. Zien we haar met alle plezier vertrekken. Want hoe mooi is dat! Zomaar een hele nieuwe uitdaging aan gaan. Hoe dapper is dat! Zomaar in dat diepe water springen!

Enkele dagen geleden nam ik zwetend afscheid van de zomer voor ze goed en wel begonnen was. Elk begin is een eind van iets. De dagen beginnen weer te korten, de zon is voorbij haar hoogtepunt.

En toch. De zomer is nog vol belofte. De aardbeien zijn zoet en sappig.

Tegelijkertijd, aan de andere kant van de wereld. Probeert een oude man te sterven. De wereld lijkt nog niet klaar voor zijn vertrek. Alsof de mythe zou vervliegen samen met zijn laatste adem.

Terwijl ; die goede man heeft zijn leven geleefd zoals hij vond dat hij het moest leven. Hij heeft daarmee heel wat bereikt. Voor degenen om hem heen op deze bol. Laten we hem daarin eren. En zeggen: het is goed! Ga maar…

En hier… wuiven we straks Leen uit. Geven haar nog een zetje op haar verdere reis met haar kleine prins. En zullen we ook af en toe nog denken: “Hoe zou Leen dat gedaan hebben?” (en als we daar het antwoord niet op vinden, mogen we gewoon de telefoon oppakken!)

Maar misschien is het droevigste/leukste wel: te weten dat je ook zonder zal kunnen. We redden het wel hoor! We gaan die telefoon niet vastnemen, toch niet voor van dat soort vragen! En al gauw zal het lijken alsof het nooit anders was. De wereld draait door.

afbeelding1En dat het hier draait! Het samengesmolten team van de dienst ondersteunende begeleiding heeft het zo druk dat ze zichzelf nog niet eens een naam hebben kunnen geven. Onze “nieuwe” directeur Gard zoeft van de ene deelwerking naar de andere. Onmiskenbaar aanwezig. Een duidelijke windrichting. Zo veel mogelijkheden liggen open.

En wij smijten ons in de zomer! En lekken dapper ijsjes, ook in het openbaar. En bij temperaturen die te wensen over laten. Zonder ons af te vragen of dat wel mag, GASboetegewijs.

Marjan

Een pleidooi voor aandacht en vertraging…

Waarom werk ik begot als vrijwilliger bij BAL?

Twee jaar geleden werd ik begeesterd om als vrijwillige bemiddelaar bij BAL te gaan werken door het mandaat dat je krijgt vanuit de samenleving om met beide partijen (dader en slachtoff er) aan de slag te gaan op zoek naar herstel. Onlangs werd ik me bewust van een andere motivatie en die deel ik graag met jullie.

Ik was onlangs op een workshop/studiedag waar verschillende onderzoekers-fi losofen hun bevindingen toetsten rond de verbanden tussen de thema’s zingeving – vrijwilligerswerk en burgerschap. Het was een hele karwei om ter voorbereiding alle Engelstalige teksten te doorwroeten maar het was heerlijk om een dag te kunnen meedenken rond dit thema. Geïnspireerd en vervoerd stapte ik ‘s avonds terug naar huis.

In het kader van dit onderzoek werd ik als vrijwilliger bij BAL naast een tiental andere vrijwilligers geïnterviewd. Tijdens dit interview werd ik verrast door mijn eigen antwoord op de vraag naar wat me dan concreet betekenis verleende/zin gaf in het werk als vrijwilliger.

Eén van de onderzoekers onderzocht aan de hand van een aantal voorbeelden van de geïnterviewden een houding van “bewogen worden”. De basis van deze houding werd mooi weergegeven in het Engels met het woord “w(h)itnessing” hetgeen zowel betekent “erbij, bij iemand zijn” als “getuige zijn ofwel van op een afstandje zijn” en dit op hetzelfde moment. Dus op hetzelfde moment bij iemand zijn en van op een afstandje getuige zijn. Een houding die aanwezigheid vraagt maar ook passiviteit; je doet niet iets maar stelt je receptief op.

Deze houding werd mooi weergegeven door een andere geïnterviewde “het vraagt talent om in die mate nabij te zijn zodat men een discrete afstand kan bewaren en tegelijk deze afstand gedeeltelijk weet te overbruggen om nabij te zijn” . Het voorbeeld waar ik uit putte behandelde een fi etsdiefstal waar ik als leerling-bemiddelaar bij het slachtoff er op huisbezoek was. Ik zat rond een tafel met heel wat gezinsleden en joelende kinderen. Wat me onmiddellijk opviel was de chaos en het totale gebrek aan hygiëne in de kamer hetgeen bij mij zowel een oordeel als mijn hulpverleningsinstinct opriep. De jongen had de splinternieuwe fi ets nodig om naar zijn leercontract te gaan. Nochtans had de moeder heel wat begrip voor de moeder van de dader. Ze begreep hoe moeilijk het was om wat geld opzij te houden aan het einde van de maand om de schade te vergoeden en ze ging akkoord om de termijn van de terugbetaling te verlengen zodat de moeder van de dader iets meer ademruimte had . Dit voorval doorbraak als een donderslag bij heldere hemel mijn vooringenomenheid en mijn referentiekader. Deze vrouw communiceerde haar innerlijke kracht zonder dat ze zich daar zelf bewust van was. Een vrouw die zelf in moeilijke omstandigheden leefde was bereid om haar mededogen met de moeder van de dader voor te laten gaan op haar eigenbelang. Ik ervoer op dat bevoorrecht moment een nabijheid en sterke betrokkenheid met deze vrouw zonder mijn plaats als toeschouwer/getuige te verliezen. Ik was w(h)itnessing.

Op dat moment werd ik bewogen door de andere (ondanks het feit dat de andere geen vriend was, iemand die ik graag had noch bepaalde waarden mee deelde). Hier ontstond een moment van gemeenschap tussen mensen die weinig gemeen hebben. Dit “bewogen worden” overviel me, je kan het niet bewerkstelligen, hooguit een aantal voorwaarden creëren. Een niet onbelangrijke voorwaarde is het nastreven van een zuivere aanwezigheid in de relatie; een aanwezigheid die vrij is van het zoeken naar vervulling van je eigen noden. Deze beschikbaarheid is niet onmiddellijk zichtbaar, een beetje vergelijkbaar met een spiegel. Pas op het moment dat de kwetsbaarheid of de waardigheid van de ander er in weerspiegeld wordt kan het bewogen- worden weliswaar zonder enige garantie, plaats vinden. Misschien vergelijkbaar met een houding van niet-weten waar je op een al dan niet bewuste manier je beeld of je referentiekader van iemand of van een situatie laat voor wat ze is. Als je enkel vertrekt vanuit een wetende houding, is de neiging groot om sturend aanwezig te zijn en dat weerhoudt een houding van w(h)itnessing.

Ik ervaar het in mijn werk als bemiddelaar niet vanzelfsprekend om te midden van alle aandachtspunten en strategieën die je meeneemt naar een gesprek deze houding van beschikbaarheid en ontvankelijkheid blijvend te cultiveren. Maar als ik er bij momenten in slaag om als w(h)itness aanwezig te zijn en bewogen word door het verhaal van de ander staat de tijd even stil en voel ik me wezenlijk gebed in deze samenleving…

Philippe

Lees hier de volledige nieuwsbrief

Maart 2013

Voorwoord

Lentekriebels

Ik plooi de fi scale attesten, wachtend tot de inspiratie voor dit voorwoord doorsijpelt. Nibri Alba 03 2013Zoveel mensen die ons in 2012 weer een mooie gift deden, onmisbare kleine en grotere bijdragen aan onze werking. Mensen die van nabij of van veraf de kracht van wat Alba doet hebben kunnen ervaren en ons daarin willen steunen. We zijn hen allen dankbaar!

Ik schrijf de adressen op de enveloppes, oefen m’n handschrift tijdens zo’n zeldzaam moment dat er nog geschreven wordt met pen en papier. Ik stel vast dat ik intussen al drie varianten voor de “r” heb verzonnen. Wat zou dit willen zeggen over m’n persoonlijkheid? Aan’t eind van een woord krult de lijn steevast omhoog: teken van optimisme zou dit zijn. Misschien heeft dat wel te maken met de frisse wind die in onze zeilen waait sinds januari… nieuwe werking, nieuwe directeur… het telkens opnieuw positief benaderen van de jongeren…

Bedenk me dat we misschien ooit projecten zullen organiseren voor jongeren die op school niet hebben hoeven leren schrijven. Wat voor complexe problematieken zouden hieruit voortvloeien? Onderzoek heeft uitgewezen dat het bijhouden van een dagboek helpt bij het verwerken van twijfels en emoties, en zo bijdraagt tot een beter gevoel. Hoe zou het moeten met de verslagen van onderweg bij de lange tochten, zonder pen en papier in een tentje op een afgelegen wei of berg? Hoe moeten al die knopen in die jonge levens dan ontward worden?

De inspiratie sijpelt stilaan, consolideert zich in fl arden van zinnen. Ik plak de postzegels op de enveloppes. Een mooie blauwe vlinder. Een voorteken van de naderende warmere dagen. De lente komt dit jaar met vallen en opstaan. Op een wat zonnigere dag volgt alweer een sneeuwbui of een bevroren nacht. Een herkenbaar patroon in jonge levens?… En ook: niemand kan nu nog ontkennen dat de grillen van de natuur een invloed hebben op hoe we ons voelen, dag in dag uit. Hoe graag sommigen dit misschien ook zouden willen, we kunnen ons hier niet aan onttrekken. Ligt daarin deels de kracht van wat we de jongeren aanbieden; hen aan den lijve laten voelen wat die “natuur” kan betekenen? Vanuit dat gevoel van verbondenheid levenskracht putten…

We tellen, angstvallig bijna, de jongeren die door onze handen passeren, turven de begeleidingsdagen. Registreren. Berekenen. Herberekenen. Het begin van iets nieuw, nog wat onzekerheid en onduidelijkheid, veel te maken afspraken en ‘regels’, maar wel beklemmend duidelijke “eindtermen”. Van overheidswege te kwantifi ceren. De kwalifi caties die we daar zelf aan willen geven lijken een bijkomstig toevoegsel. Wat betekent een ‘ondersteunende begeleiding’, een namiddag Weer-Staan, een bemiddelingsgesprek bij Alba in het leven van een jongere? Te merken aan de energie die hier dezer dagen bruist, zijn we alvast overtuigd dat we ‘iets’ kunnen betekenen! Dat voelen ook de stagiaires bij Gambas en Bal…

Gisteren deden we met het groepje jongeren dat binnenkort mee gaat op ‘ervaringsweek’ naar Frankrijk allerlei zotte dingen met stoelen. M’n dochters, die een namiddagje de eer hadden om met mama mee naar het werk te mogen, stonden met grote ogen te kijken. Vandaag zit ik weer heel gewoon op m’n bureaustoel, maar toch wat popelend… voor de lente, voor al hetgeen er dit jaar nog aan staat te komen… omdat het niet zo is dat je omdat het “moet” niet veel “goesting” in iets kan hebben!

Marjan

 

Dossierbespreking met behulp van sjablonen

Sinds september 2012 volg ik de postgraduaat ‘Handelingsgericht werken’ aan de KHLim. Uit deze opleiding heb ik ervaren dat werken met Duplo een meerwaarde kan betekenen. Op onze wekelijkse teamvergadering is het de gewoonte om een casus uit de praktijk te bespreken. Dit gebeurt doorgaans met de methodiek van OASE *.

Als oefening werd het werken met sjablonen (initieel werd gedacht aan Duplo-poppetjes) geïntegreerd in dit model. Dit met als doel om te kunnen ervaren wat het werken met sjablonen kan betekenen voor ons, als teamlid en/of als bemiddelaar. In dit artikel sta ik stil bij de meerwaarde van het gebruik van Sjablonen en de bevindingen hierover van het team.

Meerwaarde van visueel ondersteunend materiaal

Werken met Duplo of sjablonen is ontwikkeld om een visuele bijdrage te leveren op een beschreven situatie. Het is als het ware een taal erbij. De methodiek wordt vaak gebruikt in de hulpverlening. Het kan in verschillende settings gebruikt worden waarin relatie en de interactie belangrijk wordt geacht, therapeutisch, bij gezinsbegeleiding, bij dossierbesprekingen, … . De methodiek is complementair aan andere methodieken of gesprektechnieken. Men kan o.a. oplossingsgerichte vragen, narratieve gespreksvoering, het contextueel denken, de methodiek van bemiddeling integreren.

In de beginfase van een bemiddelingstraject is het voor de jongere (en de ouders) soms moeilijk om te praten. Werken met sjablonen kan de dialoog bevorderen. Het gesprek loopt niet rechtstreeks met de bemiddelaar. De jongere spreekt eerst via een sjabloon (is veilig), geleidelijk aan kan de jongere hier van loskomen en in eigen persoon beginnen te spreken. Ondertussen spreekt de non-verbale taal voor zich.

Een meerwaarde van sjablonen zit zeker in de actie. Samen met de jongere kan je sjablonen wegzetten, verschuiven, herpositioneren, op die manier wordt de bespreking dynamisch. Het kan ook tijdsdimensies doorbreken door de posities in de tijd te laten evolueren. De rode draad van een verhaal blijft zichtbaar. Sjablonen kunnen aansluiten op het verbale aspect, het herhaalt visueel wat er wordt gezegd. Sjablonen zijn bovendien universeel en taaloverstijgend. Het verhoogt de betrokkenheid.

Voor de bemiddelaar is het van belang om praktische vaardigheden aan te leren om de sjablonen te kunnen gebruiken. Als de bemiddelaar aan de slag wil gaan zullen de sjablonen vlot en creatief moeten gehanteerd worden. Zelf hierin ideeën op doen en hierin een eigen stijl ontwikkelen kan belangrijk zijn.

Lees hier de volledige nieuwsbrief

December 2012

Voorwoord

Het wintert. Lauwtjes. De dagen blijven nog wel even kort en somber en de nachten lang en donker. Het is vandaag de laatste dag ooit! Maar morgen, het begin van het einde, toch al weer de kortste dag!…

Als u dit leest is de onheilspellende interpretatie van de mayakalender niet correct gebleken, is het nog steeds winter (geen heet hellevuur) en maakt u zich klaar voor de eindejaarsperiode. ‘t Is te zeggen: sommigen neigen er naar zich uit de voeten te maken, walgend van de overvloed aan ‘consumerism’ die dezer dagen tentoon wordt gespreid. Anderen koesteren dan weer de extra warmte en gezelligheid die de hoop op de terugkeer van het licht na de donkere winterdagen wakker houdt. Steeds meer wordt er opgeroepen tot ethisch of bewust consumeren vanuit een verlangen naar duurzaamheid en sereniteit dat zeker in deze periode op zijn plaats lijkt. Je kan bijvoorbeeld een “andere” kerstmarkt bezoeken, waar het niet enkel commercie is, maar waar ook plaats is voor wat menselijke waarde (en waardigheid). Nu we in deze periode wat meer ‘binnen’ zitten, worden we misschien ook eerder geconfronteerd met wat we (al) hebben, en niet zozeer met al wat daarbuiten (nog) te krijgen is. Hetgene te waarderen wat je al in huis hebt… Zo hebben we het bij Alba ook bekeken na de vraag van de overheid om ons aanbod te vernieuwen. We zijn gaan kijken wat we al in huis hebben, en wat we daar meer en beter mee kunnen doen.

Misschien heeft u, al dan niet naar aanleidingen van de doomsdaysberichten, dit jaar geleefd alsof het ‘t laatste was dat zou Nibri Alba 122012komen. Zo is het toch een beetje geweest bij Alba, en dan vooral voor Oikoten… De “laatste” tochten zijn vertrokken in de nazomer, en intussen zijn de “laatste” stappers terug naar huis gekeerd, en hadden we daarvoor de “laatste” terugkomstreceptie. Maar waar er “laatsten” zijn, zijn er logischer wijs ook “eersten”. En reken maar dat er in 2013 heel wat “eersten” gaan zijn. Over wat Alba allemaal in petto heeft voor jullie het komende jaar leest u meer verder in deze nieuwsbrief.

Als u dit leest, is de laatste dag niet gepasseerd, maar wel de winterzonnewende, en dus de eerste dag van de terugkeer van het licht. De zon verschijnt nu voor ons iedere dag weer een beetje vroeger, en blijft wat langer hangen… we kunnen weer naar de zomer toeleven. We kunnen ons voorbereiden op een verhuis van de kachel naar de barbecue. Na enkele maanden van introspectie bereiden we ons voor om naar buiten te treden met een vernieuwd aanbod. Natuurlijk is dit het uitgelezen moment om terug te blikken op het voorbije bewogen jaar. Velen van jullie hebben met ons meegeleefd, en ons op verschillende manieren steun betuigd… en dat doet deugd! Daarvoor dank: ieder gebaar, iedere bijdrage wordt geappreciëerd!

Marjan

 

 

De vliegende reporters

Op 25 september werd er binnen ALBA de HCA-dag georganiseerd. Afspraak op BaL…

Het was mijn inziens een inspirerende dag, waarvan een groot deel werd besteed aan het zogenaamde “Worldcafé”. Doel was om door middel van enkele vragenrondes de deelnemers uit te nodigen om antwoorden te geven en ideeën te opperen. Het centrale thema was “samenwerken”. Talrijke ideeën kwamen naar boven. Kernwoorden uit de vragenrondes van het worldcafé werden samengevoegd in een woordencloud: ‘ elkaar’, ‘kijken’, ‘zoeken’, ‘samenwerking’, ‘jongeren’, ‘leren’, ‘ruimte’, ‘kruisbestuiving’, ‘vorming’ en nog veel meer. Zelf wil ik enkele niet onbelangrijke woorden onthouden en met jullie delen: lachen, humor, zingen, dansen en feesten. Het verlaagt drempels, het helpt om spanningen te reduceren en te relativeren.

Als je ideeën niet omzet in daadkracht dreigen ze te blijven hangen in de cloud. Dus voilà, onder het motto ‘zo gezegd zo gedaan’ werden de vliegende reporters in het leven geroepen. Katty (Bemiddelingsburo), Lotte (Gambas) en ik (Dirk, BAL) gingen eens over het muurtje kijken bij de andere HCA-deelwerkingen. We werden uitgenodigd op de teamvergaderingen van de andere teams. Tot overleg en conclusie zijn we (nog) niet gekomen, daarvoor moeten we de koppen nog bij elkaar steken. Maar de eerste indrukken over hoe het er teamdynamisch aan toe gaat hebben we wel al kunnen ervaren. In de wandelgangen hoor ik hier en daar toch wat nieuwsgierigheid. Niet zo vreemd: nieuwsgierigheid is een kwaliteit van elke HCA-medewerker. Vragen als: “ hoe was het?”, “hoe gaat het er ginder aan toe?” , “wie heb je gezien?, …?”. Ik kan het dan wel wat beschrijven, maar de ziel van een team krijg je toch niet zo makkelijk te pakken. Elk team is zowat als een gezin. Er zijn bewuste en onbewuste afspraken en regels. Er zijn contextgerelateerde en onderlinge dynamieken die maken dat er verschillen zijn. En dat mag , moet misschien wel, omdat je nu net van die verschillen kan leren. Wat doen die anderen? Waar zijn ze mee bezig? Kan dat dan voor ons als team ook zinvol zijn? Wat doet een team goed; welke inzichten, methodieken, … kunnen we van elkaar leren?

afbeelding nieuwsbrief2Ik vond het alleszins een leuke sfeerproever. Aan de teamtafel zaten stuk voor stuk aangename mensen: gedreven, geïnteresseerd en met enorm veel capaciteiten. Volgens mij zijn we als HCAdienst qua “human capital” op die manier nu reeds haast onbetaalbaar.

Verder werken aan samenwerking en uitwisseling kan ons alleen maar nog meer in onze kracht zetten, ‘eigen kracht’ . Als vliegende reporters zullen we in een volgende stap onze ideeën verder uitwisselen en een paar voorstellen bundelen waarmee we samen met de teams verder aan de slag kunnen.

De Ballers hebben sinds enige tijd een schildpad als een soort van inspirafbeelding nieuwsbrief1atie- en verbeeldingsmascotte. De schildpad als beeld dat ons alvast binnen BAL verbindt. “Gedrevenheid” is één van de woorden die een schildpad bij mij oproept. Wel, in elke deelwerking heb ik die gedrevenheid kunnen vaststellen. Als HCA’er wil en durf je er voor te gaan, je durft je nek uit te steken. Het doet me denken aan een uitspraak van Annemie Turtelboom op het vrt-journaal van 10 december: “Als een schildpad haar nek niet uitsteekt geraakt ze niet verder”. En Markske van de Kampioenen kan dan wel opmerken “…de start was in elk geval perfect”. Ik durf en wil (met enige voorzichtigheid) aangeven dat we hierop kunnen verder werken. Misschien traag als een schildpad, maar met uitgestoken nek en in één richting: vooruit. Tot slot. Bij Bemiddelingsburo sluit de teamverslaggever af met een zelftoegevoegde quote, een ludiek nadenkertje. Kwestie van een concrete, vruchtbare kruisbestuiving op gang te brengen, geef ik alvast mijn quote mee : “Een schildpad kan meer over de weg vertellen dan een haas”.

Dirk De Ryck
vliegende reporter

Lees hier de volledige nieuwsbrief

September 2012

Voorwoord

Be the Change you want to see in the World: tussentijds verslag van een organisatie in transitie

Vorige week startte de voorbereiding van het laatste langdurige onthemingsproject van Oikoten. Dat er in 2013 nog langere projecten, stappen of werken, zullen georganiseerd worden, is nog niet geheel uitgesloten, maar het wordt steeds onwaarschijnlijker. Hoe dan ook; “het zal nooit meer hetzelfde zijn”. De nieuwe werking van ‘Oikoten/DOB (dienst ondersteunende begeleiding)’ krijgt stilaan vorm. Er wordt flink gepuzzeld met beschikbare middelen om zoveel mogelijk mogelijk te maken. Heel wat maanden prijkte Dimi’s slogan “Niet klappen maar stappen!” op het whiteboard in het bureau van Oikoten. Nochtans werd er de voorbije maanden heel wat afgepraat en het zou kunnen lijken of we nog geen meter zijn opgeschoven. Op elke stap voorwaarts, volgde een stap zijwaarts om alweer een (mogelijk) obstakel te omzeilen. Zo zwalkte het schip van Oikoten, en Alba deinde mee, want ook binnen HCA waren er kapers op de kust… Om de metafoor helemaal uit te putten; al een heel deel matrozen gingen weer aan wal. Sarah, Mary en Elly werden reeds uitgewuifd, en ook Kristof en Koen zien we binnenkort met spijt vertrekken. We wensen hen veel succes op hun verdere weg! Onderweg geraakten we ook onze kapitein kwijt: Jo Jespers verlaat eind september het schip, na 9 jaar dienst, en gaat andere wateren bevaren. Het is ondertussen 3,5 jaar geleden dat Oikoten en Bas! fusioneerden tot Alba, en in de voorbije maanden was het even een mogelijke optie geworden dat de wegen weer zouden (moeten) splitsen. Speculaties op tendensen binnen de sector zouden ons in die richting kunnen duwen. Bij de fusie werd het behoud van de autonomie van de verschillende deelwerkingen vooropgesteld. Zo werkte het ook gedurende de voorbije periode: een aantal sterke teams die deden waar ze goed in waren, met heel wat eigen expertise. Intussen kwam er wel een nieuwe organisatiestructuur, met een stevig beleidsteam. Vanuit dat beleidsteam, gevoed door de bekommernissen van degenen die zij vertegenwoordigen, rees de vraag of we elkaar niet juist nu kunnen versterken, de krachten bundelen. Bemiddelen in voorzieningen, groepsleerprojecten, Rots & Water,… deze concepten en methodieken van Bemiddelingsburo en Gambas kunnen een plaats krijgen binnen “den DOB”. De komende maanden zal er verder gesleuteld worden aan een nieuw aanbod waarin de krachten, competenties en expertise van heel Alba worden ingezet voor de jongeren (en hun context…) die dat (zó) nodig hebben. Er zijn nog vraagtekens waarvoor we vanuit de ruimere omgeving een antwoord zullen moeten vinden. De toekomst ligt immers niet volledig in onze handen maar wordt mee bepaald vanuit het overheidsbeleid: wat zal het eff ect zijn van de uitwerking van de integrale jeugdzorg?, wat betekent “vermaatschappelijking van de zorg” in de praktijk en hoe zal zich dat vertalen naar het belang van de vrijwilligerswerking binnen Alba?, hoe zal het ‘organisatorische landschap’ van de bijzondere jeugdbijstand vorm krijgen… Er zal de komende maanden nog veel gepalaverd, afgetast en gesnuff eld moeten worden. Alba moet zichzelf herontdekken als in een soort mini-metamorfose. Verbindingen zullen worden gesmeed en aangehaald. Organisatie in transitie binnen een sector in transitie. Vanaf 2013 moeten we het gewoon DOEN!

Marjan

Lees hier de volledige nieuwsbrief 

Maart 2012

Voorwoord

Dakloos, maar wel op Facebook

Nibri Alba 2012 03Vrijdag 16 maart 14u05. Alba – Herent is dakloos. Maandag zijn ze begonnen, de dakwerkers. Eerst met veel geweld de oude pannen er af gegooid. Veel lawaai, maar ook veel stof en gruis. Een grote camion met kraan die een hele dag naast je raam staat te ronken en stinken. Dat is niet zo bevorderlijk voor de concentratie, en ook niet voor de interne noch voor de externe communicatie. De volgende dag was het niet beter, integendeel. We zaten zo goed als onder de blote hemel. Toen bleek het dak ook nog eens 8 cm doorgezakt. Dit werd met nog wat meer geklop en gehamer snel opgelost door de vlijtige dakwerkers, maar de administratie kreeg het toch wat benauwd. “Ge kunt niet lager vallen dan de grond” kregen we als geruststellende wijsheid voorgeschoteld. Maar toen gingen ook nog eens de dakramen er uit, want ook die zaten scheef. En wat scheef is moet recht! Toen zaten we op de zolderverdiepen in het donker. Die van Oikoten hielden het voor bekeken en verlieten het fort: een mini-onthemingsproject bij wijze van team op café. Misschien niet echt de ideale omstandigheden voor een team in transitie?

Vrijdag 16 maart 14u15. Oikoten is bodemloos. Op 17 februari trokken Det en Jo met al het denkwerk van de voorbije maanden naar het kabinet onder hun hoed. Bleek echter dat de tijd nog niet rijp was om over onze toekomstdromen te praten. De boot werd nog wat afgehouden. Eerst en vooral moesten er budgetaire knopen worden doorgehakt. Een maand is intussen voorbij gegaan. En we wachten nog steeds af. Weinig houvast. Weinig zekerheden. Weinig grond onder de voeten. Wachten op een telefoontje?

Vrijdag 16 maart 14u25. Dakloos en bodemloos maar de weg loopt voort. De eerste projecten van 2012 zijn vertrokken. In het jubileumboek worden de laatste puntjes op de i gezet. De lucht hangt vol blijde verwachting, immers, de lente komt er aan. Het getweet komt na de kille wintermaanden niet enkel meer van twitter. Straks worden alle Alba-vriendjes ook via facebook op de hoogte gebracht van ons reilen en zeilen… Ook Alba zet dus de eerste pasjes in de wondere wereld van de nieuwe/sociale media. We zijn daar niet alleen en het loopt, ook daar dus soms wel scheef. Ook in de virtuele realiteit, blijkt uit de verschillende ervaringen binnen Alba, is er nood aan normen en regels. Grenzen. Bodems. Daken.

Marjan

 

 

Pesten in cyberspace: een onschuldig tijdverdrijf?

Nibri Alba 2012 031De nieuwe media zegt iemand van het BAL-team, kunnen we daar niks mee voor de nieuwsbrief van Alba? En we vragen aan Koen om het te schrijven, das onze IT-specialist (gniffel, gniffel). Wat mijn collegas niet beseffen is dat ik net een artikel in Panopticon heb gelezen over cyberpesten, en al enkele bemiddelingsdossiers had rond dit thema.

Lieve Lembrechts, doctoraatsstudent aan de Universiteit Hasselt, beet zich de laatste jaren vast in dit onderwerp. Ze las tientallen wetenschappelijke werken en deed zelf een onderzoek bij 456 scholieren uit de derde graad van het secundair onderwijs. Zij focust zich op cyberpesten en meer specifi ek op cyberpesten door middel van fotos. Uit de literatuur die ze doornam bleek dat wereldwijd 5 tot 10 % van de tieners gepest wordt via fotos of videos, verspreid via het internet. De pesters viseren vaak medeleerlingen en doen dit meestal in groep. Ze pesten voor de grap, om zich beter te voelen of als wraak. Volgens de meeste onderzoeken zouden jongens en meisjes even vaak dader als slachtoffer zijn. Daders worden vaak slachtoffer en slachtoffers dader. Pestgedrag neemt toe met de leeftijd. Daders en slachtoffers blijken meer probleemgedrag te vertonen op school: spijbelen, bedrog plegen op examens, schorsing omwille van hun slecht gedrag. Slachtoffers voelen zich vaak gefrustreerd (42%) of boos (40%), maar ook heel wat slachtoffers (22%) geven aan zich niet te storen aan het pestgedrag. Cyberpesters viseren zowel klasgenoten als onbekende slachtoffers.

Uit haar eigen onderzoek van 2008 bij 456 leerlingen komen gelijkaardige resultaten: iets meer dan 10% van de scholieren werd via al dan niet bewerkte fotos gepest en 9% pestte zelf op die manier, in een tijdspanne van zes maanden voor de bevraging. Slechts 8% van wie pestte met onbewerkte fotos en 16% van wie pestte met bewerkte fotos werd daarvoor gestraft. Ongeveer de helft van de slachtoffers zat op dezelfde school als de dader. Een grote meerderheid van de slachtoffers (75%) vond de pesterijen niet erg. Jongens cyberpesten iets vaker dan meisjes, maar zijn er even vaak slachtoffer van. Cyberpesten via fotos gebeurt vaker bij bekenden dan cyberpesten met teksten; dat heeft te maken met het feit dat je gemakkelijker toegang hebt tot fotos van bekenden!

En wat zegt onze eigen bemiddelingspraktijk over cyberpesten via fotos?
Liesbeth spit spontaan 2 dossiers boven en met de 2 van mezelf kunnen we een beeld geven van wat we de laatste jaren op dit vlak tegenkwamen. De gebruikte namen zijn fictief.

“Enkele klasgenoten van Carlo zetten een ‘anti-Carlo-blog’ op het internet waarin hij als een agressief monster wordt afgeschilderd, o.a. met bijgewerkte foto’s. De blog krijgt een ruime verspreiding. De politie laat de blog verwijderen en klasseert de klacht van de ouders van Carlo. Carlo verandert van school. Na een jaar duikt dezelfde blog terug op, weer met heel veel beledigende reacties, ook van onbekenden. De blog wordt weer verwijderd, de klacht wordt weer geseponeerd maar het parket doet nu wel een aanbod van bemiddeling aan Carlo en aan één jongen, Jef, die een lichte belediging had toegevoegd aan de blog. Carlo voelt zich erg vernederd door de blogs en zijn zelfvertrouwen is ernstig aangetast. Voor Carlo en zijn ouders is het frustrerend dat het parket niet doortastender optreedt. Ook de bemiddeling vinden ze een flop omdat niet de opzetters van de blog maar een ‘meeloper’ aangeschreven werd. Jef van zijn kant begrijpt dat Carlo klacht indient maar voelt zich onrechtvaardig behandeld door het parket. Een jaar na de bemiddeling belt de moeder van Carlo ons op, de wanhoop nabij: de haatblog is opnieuw op het internet geplaatst!”

“De erg jonge Heidi stuurt een mms met naaktfoto van zichzelf naar Tim, haar vriendje. Als de relatie op de klippen loopt stuurt Tim de foto door naar enkele vrienden. Kort nadien circuleert de foto op het wereldwijde web en zo komt Heidi dit te weten. Haar mama dient klacht in bij de politie. Heidi tilt tijdens ons gesprek niet meer zo zwaar aan de feiten, ze heeft Tim op de bus al een rake tik uitgedeeld om duidelijk te maken dat ze niet opgezet was met het gebeuren. De mama van Heidi is wel nog in alle staten, ze beseft dat de foto de wereld rondgaat, voor altijd. Tim en zijn ouders beseffen dat hij een zware fout heeft gemaakt, maar het was niet zijn bedoeling om de foto op het net te plaatsen. Tim biedt zijn excuses aan.”

“Andrea spuwt op school water in het gezicht van Clara, een medeleerlinge. Clara maakt als wraak een Facebookaccount aan met een bewerkte foto (karikatuur) van het spuwende meisje en nodigt haar vrienden uit om de pagina te bekijken en te becommentariëren. Dit deint steeds verder uit en Andrea stapt met haar mama naar de politie. Tijdens het bemiddelingsgesprek tilt Andrea niet zo zwaar aan de wraak via het internet, het raakt haar niet echt. Haar moeder vreest dat Andrea een scherm optrekt en eigenlijk wel geraakt is door de cyberpesterij.”

“Elisabeth zit net op de middelbare school. Via vriendjes van vriendjes wordt ze Facebookvriend van Charles, een Waals jongen die ze niet kent. Ze haalt wat foto’s op uit een album van Charles en gaat ermee aan de slag met fotoshop. Zo suggereert ze dat Charles een relatie heeft met een meisje dat ook op een van de foto’s staat. Elisabeth maakt een nieuw Facebookaccount op naam van Charles en plaatst er de bijgewerkte foto’s op. De nieuwe ‘Charles’ is geboren en gaat een eigen virtueel leven leiden. Tot de ware Charles op de hoogte komt van zijn alter ego. De politie wordt verwittigd en die zorgt ervoor dat de Facebookaccount, met de bijgewerkte foto’s, van het web wordt verwijderd. Charles en zijn ouders willen vooral dat Elisabeth beseft dat ze mensen het leven zuur maakt als ze via bewerkte foto’s in mensen hun leven indringt. Ze moet hiermee stoppen. Voor Elisabeth was dit een leuk spelletje om haar saaie avonden wat op te fleuren. Door de reactie van Charles en die van haar eigen ouders beseft ze dat ze hier mee moet stoppen.”

De enkele voorbeelden uit onze praktijk maken duidelijk dat cyberpesten een bijzonder gemakkelijke manier is om veel druk te leggen op een persoon. Sommige slachtoffers halen hun schouders even op, andere dienen klacht in om een halt toe te roepen aan de pesterij. Voor sommige slachtoffers kan het pesten zon omvang krijgen dat het een ondraaglijk juk op de schouders wordt.

Cyberpesten is bijna nooit een onschuldig tijdverdrijf. Als iemand de moeite neemt om naar de politie te stappen om klacht in te dienen, betekent dit zeer waarschijnlijk dat het pesten echt aangekomen is. Het aanbod tot bemiddeling lijkt ons zeker aangewezen. We merken dat excuses zeker gewaardeerd worden bij de benadeelden. Bemiddeling geeft hen ook de mogelijkheid om rechtstreeks of via de bemiddelaar aan te geven hoezeer de pesterijen ingegrepen hebben in hun leven. Jonge daders worden via bemiddeling uitgenodigd om stil te staan bij de effecten van hun gedrag.

Voor politie en parket die dagelijks klachten krijgen rond cyberpesten, is het wellicht niet zo eenvoudig om de ernst ervan in te schatten. Voor sommige personen zijn die pesterijen echter zeer ingrijpend. Als het parket al deze dossiers systematisch seponeert of niet de moeite doet om de hoofddaders te vinden, is het mogelijk dat ze het signaal geven dat cyberpesten niet zo ernstig moet worden genomen. Dat zou onrecht doen aan de ernstige benadeling van sommige slachtoffers en een vrijgeleide betekenen voor de jonge daders die zich eraan bezondigen.

Koen Nys, bemiddelaar BAL.

Download hier onze volledige nieuwsbrief van maart 2012