Juni 2015: generation 3000

afb15In onze nieuwsbrief van september 2014 kon u lezen hoe het project ‘Transit 3000’ vorm kreeg. Ondertussen gebeurde er heel wat. Van de stad Leuven en het Provinciaal Vereffeningsfonds kregen we financiële steun om verder te experimenteren met het project in 2015. ‘Transit 3000’ werd door de jongeren omgedoopt tot ‘Generation 3000’ en het project werd ingebed binnen de werking van Arktos vzw. Een structurele samenwerking met Alba vzw werd op poten gezet.

De groep jongeren breidde ondertussen ook uit. Een 20-tal jongeren tussen de 17 en 25 jaar vond reeds de weg naar ons project. Een 12-tal neemt op zeer regelmatige basis deel aan onze bijeenkomsten en activiteiten.

Een paar jongeren die betrokken waren bij de opstart van het project vonden ondertussen werk, startten een opleiding en hebben een andere constructieve tijdsbesteding gevonden. Zij komen sporadisch nog eens langs wanneer een activiteit wordt georganiseerd.

Verschillende van deze jongeren hadden in het verleden moeite om een positieve invulling te geven aan hun leven, maar willen hier verandering in brengen. Velen van hen haakten vroegtijdig af op school, maken geen gebruik van het reguliere vrijetijdsaanbod, brachten veel tijd door op straat en een aantal van hen zijn reeds in contact gekomen met politie en justitie. Nu kiezen ze er echter voor om een positieve plaats in de maatschappij in te nemen. Vaak worden ze echter geconfronteerd met vooroordelen en worden ze afgerekend op hun negatief imago. Generation 3000 biedt hen een kader om hun eigen plannen te verwezenlijken en zo de negatieve spiraal te doorbreken.

afb16Door de jongeren positieve acties te laten ondernemen, werken we niet alleen aan hun zelfbeeld, maar ook aan de manier waarop ze door anderen gezien worden. Zo willen we de stigmatisering waarmee ze soms geconfronteerd worden, ontkrachten. Bovendien kunnen ze een positieve voorbeeldfunctie vervullen voor jongeren die naar hen opkijken en de vicieuze cirkel van negatieve groepsdruk ombuigen. Daardoor kunnen ze de dynamiek doorbreken waarbij een jongere generatie het soms niet-constructieve gedrag van de oudere kopieert. Dat moet er onder andere toe leiden dat minder jongeren in de delinquentie terecht-komen.

Een aantal voorbeelden van de realisaties van de ‘Generation 3000’ jongeren het voorbije half jaar:

  • Desserts maken en uitdelen voor Poverello (dagopvang voor mensen in armoede)afb17
  • Organisatie van een voetbaltoernooi voor Leuvense jongeren in de krokusvakantie
  • Paaseitjes inzamelen en verstoppen voor kinderwerkingen van Leren Ondernemen en De Kettekeet (Sint-Maartensdal)
  • Helpen bij opbouw van Levensloop (benefiet voor de strijd tegen kanker) en uitbaten van barbecuestandje.
  • Vlotten bouwen voor vlottentocht Leuvense kinderwerkingen
  • Samen studeren voor theoretisch rijexamen
  • Ardennen-tweedaagse organiseren om de teamspirit te versterken en met het oog op het in de toekomst organiseren van een tweedaagse voor Leuvense kansarme jongeren.

afb18Op 17 juni werd een persmoment georganiseerd door het Provinciaal Vereff eningsfonds waarop het project werd voorgesteld. Ook enkele jongeren deden er hun zegje.

Rik

maart 2015: paardenkracht

Soms heb je bij DOB paardenkracht nodig…

Om onverwachte situaties bij een ontheming op te lossen bijvoorbeeld. Of om jongeren een tweede kans te geven als een staptocht “niet marcheert”.

En gelukkig hebben we dat ook in huis, die paardenkracht. Wel ja, niet echt in huis, en zelfs niet dichtbij huis, maar wel “weg van huis”… En wil het daar nu net over gaan bij ont-heming.

Mensen die ons al kennen van in het “oikotentijdperk” kennen ongetwijfeld Christel, rots in de branding, rustige vastheid, spontane vrolijkheid en altijd bereid om in een nieuw (Oikoten-)avontuur te springen.

Christel begeleidde al zeker 5 tochten voor ons en beproefde al zowat alle ongebruikelijke formules. Zoals daar zijn : begeleidster met jongen, koppel met meisjes, koppel met jongen en meisje (ook wel dubbel gemengd genoemd) en als kers op de taart een paardentocht door Frankrijk met 2 meiden en 4 paarden. De tochten, al dan niet met levensgezel Herman, brachten haar zelfs tot op de hoogste toppen van de Pyreneeën langs de GR 10. Uiteindelijk is ze daar in de buurt ook blijven hangen. Nu runt Christel in Frankrijk Domaine Raulet, een ranch met een twintigtal paarden. Kortom, een begeleidster met paardenkracht.

Enkele maanden geleden zat ik in zo’n situatie waarin ik dacht : “hier is paardenkracht voor nodig.” Ik zat namelijk met een “paardenkrachtige” meid, die vertrokken was op staptocht. Haar wil om haar leven een andere wending te geven was groot, maar het stappen viel haar zeer zwaar. Ze sloeg zich tandenbijtend door de voorbereiding en was vastbesloten haar staptocht tot een goed einde te brengen. Een foto van Christel’s paardentocht aan de muur deed haar oogjes blinken, maar dat was op dat moment niet aan de orde en Layla vertrok op staptocht. 3 weken later plots telefoon : de tocht loopt mank. Er is ook geen geloof dat het nog beter gaat lopen : veel telefoons en enkele dagen later staan de dames terug thuis.

afb13Dat zijn zo van die helse momenten in het leven van een projectverantwoordelijke maar nog meer natuurlijk voor de jongere en zijn familie en voor de begeleidster. De teleurstelling is groot. Een project biedt veel hoop bij de start maar als het dan niet loopt zoals verwacht is de wanhoop en teleurstelling eens zo groot. Op zo’n moment, als iedereen in zak en as zit, als alle hoop vervlogen lijkt en een onzeker vervolgscenario wacht, ben je verdomd blij dat je iemand als Christel kan bellen. Want dan, dan heb je paardenkracht nodig!

Ik zag het niet zitten om Layla – die er nog steeds het beste van wilde maken, die nog steeds overtuigd was dat ze haar leven een andere wending wilde geven – de carroussel van de crisishulpverlening in te sturen. Geen vervolg bij Oikoten wil zeggen geen voorziene plaats dus pakken wat je kan krijgen : 2 dagen hier, 2 dagen daar… eender waar er een plek vrij is. En ik geloofde erin dat we nog niet aan het Paardenkracht einde waren, dat in deze situatie paardenkracht het verschil kon maken.

En dus : “Hallo Christel, lang geleden… Hoe is’t? Seg Christel, een vraagske… zou jij ‘t zien zitten om een project te doen met een meisje? Euh, wanneer? Tja, zo snel mogelijk. En voor hoelang? Liefst 2 maanden. Hoe lang mag ik erover nadenken? Euh, 1 nachtje? Ok, ik bel je morgenmiddag…”

Twee dagen later zit collega Ruth met Layla in het vliegtuig naar Carcassonne.

En een dikke maand later zit ik zelf in het vliegtuig naar Carcassonne om samen met Layla’s mama op achterbanbezoek te gaan. In Carcassonne worden we ontvangen door 2 stralende dames en we rijden samen verder naar Raulet. Christel en Layla nemen ons mee naar de kudde wat hogerop in de weide. Het is een hele klim, maar eens boven onder een zalig herfstzonnetje en met een prachtig uitzicht, is het genieten. Prachtig om zien hoe Layla zich hier thuis voelt en hoe ze op haar gemak is bij de paarden. afb14Djanga, Maybell, Luna, Lona, favoriet Nicolai, … : iedereen wordt voorgesteld. Het is duidelijk dat Layla hier rust gevonden heeft en is kunnen openbloeien. Ze kan het goed vinden met Christel en heeft echt talent met de paarden. Voor Christel is ze een welkome hulp bij het trainen van de paarden, het begeleiden van wandelingen, het onderhoud van het domein,… Een positieve drive komt naar boven en opent nieuwe perspectieven voor Layla.

Mama geniet met volle teugen van deze onverwachte uitstap en van haar stralende dochter. Een dagje later zit ze zelf op een paard, voor het eerst sinds de kermis in haar kindertijd. Mama gilt, Layla giert, maar even later zijn we vertrokken. Voor een tochtje te paard met moeder en dochter, Nomad de hond en ezel Zoë in ons kielzog. Na een tijdje is iedereen wat meer op zijn gemak en we maken een mooie wandeling. In de verte zien we de besneeuwde toppen van de Pyreneeën. Layla daagt me uit voor een galopje… Ja, dat zijn van die hemelse momenten in het leven van een projectverantwoordelijke, en van ouders, en van jongeren…

Na afloop breng ik met Layla de paarden terug naar de weide. We berijden ze zonder zadel. Layla neemt de leiding. Ze is dit duidelijk gewend en giert het uit als de grote, sterke Nicolai niet wil stilstaan om mij te laten opstappen.

Een meid met paardenkracht…

Maart 2015: bemiddelen en français

afb10Net wanneer ik mijn rechterhand uitsteek, buigt hij licht voorover en toont zijn wang; maar dan herstelt hij zich en geeft me alsnog een hand. Je kan dit een non-verbale onwennigheid noemen in het menselijk verkeer zoals bij die ene kus op de wang van de ander terwijl die er 3 verwacht; dan zie je ook een refl exmatige beweging die abrupt – meestal licht gegeneerd – wordt afgebroken.

Bij mijn 2 andere huisbezoeken precies hetzelfde: de moeders geven me een hand maar de zonen neigen het hoofd naar me toe en verwachten duidelijk mijn mond en niet mijn hand. Zelf ben ik ook in de war. Bij mijn eerste huisbezoek had ik iedereen de hand geschud, zowel moeders als zonen; maar bij mijn tweede intrede hadden die zonen duidelijk iets anders verwacht; overigens niet alleen zij; in een aantal gevallen ook de jongere broertjes en zussen.

Een moeder ziet het woordeloze geklungel en geeft duiding: in Wallonië zijn de kinderen gewoon elkaar te ‘embrasseren’; het is een teken van vertrouwen; als ze argwaan of afstand voelen, zouden ze dat niet doen.

afb11Ik heb blijkbaar een goede en rustgevende indruk nagelaten na mijn eerste huisbezoek. Mijn nochtans warme en gemeende handdruk botste met de geplogenheden aan de andere kant van de taalgrens. Bij de dader blijft het bij een handdruk; zelfs bij het derde huisbezoek. Misschien omdat hij zich intussen heeft aangepast aan de andere omgangsvormen nu hij al een tijdje in Vlaanderen woont – de reden trouwens waarom hij als Franstalige toch naar de jeugdrechtbank van Leuven moet en BAL werd ingeschakeld. Meer waarschijnlijk is dat hij zelf onder spanning staat; het is niet de eerste keer dat hij in contact komt met de politie; er is die moeilijke worsteling met zichzelf; de opspelende puberhormonen; de invloed van zijn ‘foute’ vrienden en dan thuis de botsing met de strenge verwijtende vader en de bijna radeloze moeder. Het stereotype van de op zijn stoel doorgezakte opgeschoten puber die vooral veel zwijgt (“Il n’est pas bavard”, slingert zijn vader door de woonkamer) Een bemiddeling en français en wanneer hij toch iets zegt twijfel ik of het gaat om een niet onderdrukte maagoprisping dan wel een poging een zin over te brengen; een gebroebel met Franse ondertoon waar ik soms kop noch staart aan krijg.

Mijn ‘introduction’ had ik goed voorbereid. Lang geleden had ik in Brussel een dagje ‘médier en français’ gevolgd; het mapje boordevol geijkte uitdrukkingen en toepasselijke ‘vocabulaire’ had ik zorgvuldig bijgehouden en kwam nu goed van pas.

“La médiation est un processus de communication directe ou indirecte entre les parties concernées” Of : “Si la médiation débouche sur un accord, il est consigné par écrit et signé par les parties. Chaque partie en conserve un exemplaire; une copie est renvoyée aux instances judiciaires”.

Als je er in slaagt dergelijke volzinnen zonder teveel haperingen uit te spreken is dat alvast goed voor het zelfvertrouwen. Moeilijker wordt het wanneer er plots een onverwachte vraag komt of wanneer de vader genadeloos blijft inhakken op zijn intussen nog dieper doorgezakte zoon en je de noodzaak voelt tussenbeide te komen wil je de situatie niet hopeloos laten escaleren en nog enige bemiddelingsbereidheid bij de dader wil overhouden maar je niet meteen het juiste woord vindt. Toch is nooit de bemiddelingsdeur helemaal dichtgegooid; de schrik voor de jeugdrechter blijft een sterke motivator; dat geldt zowel bij Vlamingen als bij Franstaligen; het heeft weinig met cultuur of taal te maken maar lijkt wel een universeel gegeven.

Zo kwam het dat we op een woensdagnamiddag in een grote cirkel zaten in een lokaal van een school in Hannut; de feiten hadden zich afgespeeld tussen leerlingen onderling en in de marge van een schoolactiviteit. De drie jonge slachtoffers en een aantal ouders, aan de andere kant de dader, zijn vader en moeder en aan mijn zijde een tolk van PaSTa, de dienst van de provincie Vlaams-Brabant die, tegen betaling, tolken levert. De huisbezoeken alleen afwerken, dat zag ik nog zitten, maar een gezamenlijk gesprek in goede banen leiden, de standpunten samenvatten en op het juiste moment met het juiste woord gevat tussenbeide komen in de taal van Voltaire; dat was té hoog gegrepen.

afb12Heerlijk is het om enkele zinnen in je eigen taal te debiteren en die onmiddellijk in vertaling te horen. Gelukkig kon ik de gesprekken in het Frans voldoende volgen en was de omgekeerde vertaling niet nodig; dat zou de dynamiek en de flow van de gesprekken gebroken hebben.

Wanneer iedereen na het gesprek blijft nakaarten bij een koffie en een koekje weet je dat je goed zit; en alhoewel de jonge dader tijdens de bemiddeling nog altijd niet erg ‘bavard’ was en bij de koffie vooral zijn ouders aanwezig waren en hij in een hoekje zat af te wachten, trekken we ons op aan de stille hoop dat het hele gebeuren ook voor hem een betekenis heeft gehad die dieper en verder gaat dan het bezweren van de toorn van de jeugdrechter.

Er wachtte mij nog een lastige huistaak: het akkoord op papier zetten en er een vertaling bijvoegen. Vooral dat laatste was geen kattenpis (pisse de chat). Gelukkig woont er iemand in mijn straat die goed met Frans en Nederlands overweg kan. Toen hij mijn verbeterde Franstalige versie terugbracht ontpopte hij zich tot een volwaardige pedagoog: ik kreeg lof, complimenten en aanmoediging voor het gepresteerde vertaalwerk; alleen hier en daar ‘enkele verbeteringen’, zo klonk het. Mijn tekst bleek herschapen in één groot rood slagveld.

Maart 2015: Try-out

afb8Try-out’ is het nieuwe dagbestedingsproject van Alba in Brussel. Dit project ging in januari van start onder leiding van Thalyssa. Een stuurgroep van enkele Brusselse voorzieningen geeft mee vorm aan het project.

Thalyssa aan het woord:

Tot nog toe hebben we zes dagbestedingsdagen doorlopen en vier jongeren begeleid. Hieronder kan je het dagboek lezen van die eerste dagen. We beginnen de dag met een ochtendbijeenkomst, daar kijken we wie wat zal doen die dag. We eindigen met een avondbijeenkomst. Tijdens deze bijeenkomst overlopen we de dag waarbij we opschrijven wat we gedaan hebben.

Dag 1 (24/02): 2 jongeren
We zijn begonnen met het verkennen van de locatie (3 hangars op de Havenlaan onder beheer van vzw Toestand). Daarna maakten we samen een kennismakingsspel. Zo leerden we elkaar al wat kennen. We kunnen het spel nu met alle nieuwkomers spelen. Verder hebben we in elke hangar rondgekeken en uitgezocht wat we konden doen. De eerste hangar bestaat uit een lunapark, fotostudio, keuken en muziekstudio in de maak. De tweede hangar is een soort van houtatelier. De derde hangar noemen we de sporthangar. Er is een boksring en skategelegenheid. We hebben gebokst en houten bordjes gemaakt voor onze eerste dag ‘Try-out’.

Dag 2 (26/02): 2 jongeren
We spreken met een stagiaire van vzw Toestand af om een plantenbak te maken voor het moestuinproject waar zij aan werken. Eerst halen we houten paletten. Deze worden helemaal uit elkaar geklopt, geschroefd en getrokken. Eén van de gasten loopt hierbij recht op een spijker. Gelukkig was er geen al te grote schade. Daarna wordt de zaag er bijgehaald. Onze tijd was jammer genoeg te kort om de plantenbak helemaal af te werken.

Dag 3 (3/03): 3 jongeren
Vandaag verwelkomen we twee nieuwe jongeren. Eén jongere van vorige week heeft een werkplek gevonden en kwam afscheid nemen. We beslisten dat we gingen koken want niet iedereen had eten bij. We bekeken samen welke ingrediënten we nodig hadden, berekenden de prijs en twee jongeren gingen op stap naar de winkel. Ze kwamen op tijd terug en begonnen met het klaarmaken van spaghetti. Na het samen eten was er de afwas.
In de namiddag wilden de jongens gaan voetballen in de sporthangar. Na een uurtje vroeg het meisje van de groep om met hout te werken. Hiervoor moesten we in de andere hangar zijn. Toen we hiernaar toe gingen, gebeurde er in de sporthangar het eerste incident. Verschillende vrijwilligers en werknemers van de vzw Toestand kwamen me melden dat er een brandblusser was leeggespoten in de sporthangaar. Toen ik daar aankwam, stonden er een aantal mensen rondom de jongeren. Er ontstond een discussie. We hebben besloten deze discussie stop te zetten, de jongeren ergens anders heen te brengen en met hen een oplossing te zoeken. Eén jongere, die zich verantwoordelijk voelde voor wat er gebeurd was, stelde voor om de schade te komen opruimen. Dit heeft hij dan ook gedaan.

afb9Naar aanleiding van dit incident werden we geconfronteerd met het feit dat er nog andere organisaties de hangars benutten, waardoor we vanzelfsprekend rekening moeten houden met deze partners. Enkele mensen van deze organisaties zijn in eerste instantie tussengekomen in het incident. De jongeren vertelden een ander verhaal Try-out dan hetgeen zij geloofden. Hierdoor ontstond een verhitte discussie. Nu is het net dat wat onze jongeren, in de visie van ‘Try-out’, niet nodig hebben. Mijn idee over incidenten is om er over te kunnen praten met de jongeren, samen oplossingen te zoeken, maar er niet meteen hard tegen in te gaan. Dit maken ze op school vaak mee. Dit is dan ook één van de redenen dat ze even tot rust komen bij ons.

Na het incident werd er ook gevraagd steeds de groep samen te houden om de controle te bewaren. Dit maakt het moeilijker om de jongeren te laten kiezen en op maat van de jongere te werken. Het zou dan nuttig kunnen zijn om een stagiaire, vrijwilliger of tweede werknemer in te schakelen. We onderzoeken elke piste. Daarnaast kreeg ik te maken met het feit dat wanneer er iets kapot is in een hangar, er gebeld wordt naar mij om te melden dat ze vermoeden dat het onze jongeren waren.

Ondertussen hebben we nog eens samengezeten met vzw Toestand om onze visie verder toe te lichten en nog wat duidelijkere afspraken te maken. We zullen, eventueel met behulp van de jongeren, ons ook voorstellen aan alle partner organisaties van vzw Toestand. Op die manier zal iedereen onze visie en uitgangspunten misschien meer kunnen begrijpen en eventueel mee nastreven. Dit laatste is dan weer een voordeel van onze locatie, waar we met meerdere organisaties samenleven.

Dag 4 (12/03): 2 jongeren
Mooi weer vandaag. We hebben buiten gezeten. Ikzelf heb met hout gewerkt. Ik maakte een cadeau voor de verjaardag van mijn vader. De jongeren konden mij helpen wanneer ze daar zin in hadden. De jongeren hebben ondertussen ook gevoetbald en een constructie gemaakt om de muziekboxen buiten te laten werken.

Dag 5 (17/03): 2 jongeren
We hebben een langere ochtendbijeenkomst gehouden. Er werd gesproken over het invoeren van rollen. Iedereen kan vanaf nu aan het begin van de dag een verantwoordelijkheid krijgen. Aan het einde van de dag wordt gekeken of de verantwoordelijkheid al dan niet uitgevoerd is. Ook wordt er naar het verhaal geluisterd van de jongere, wiens rol niet vervuld zou zijn. We wilden koken. De jongeren gingen naar de winkel, maar kwamen een uur te laat terug aan. Ze hadden wel vijf keer gebeld om te verwittigen waar ze waren en waarom ze later zouden zijn. Ze haalden zelf aan dat ze volgende keer eerst de bus uren zouden opzoeken en een ‘uurregelaar’ zouden willen aanstellen om de tijd in het oog te houden. We maakten samen tiramisu en pizza. Ook vandaag was het warm en zijn we buiten gaan zitten. We gooiden wat met frisbees, luisterden naar muziek,…

Dag 6 (19/03): 3 jongeren
We begonnen de dag in het houtatelier. We maakten grote borden met ‘Try-out’ op om aan de muur te hangen. We zouden een hoekje krijgen in de eerste hangar, waar we dingen van onszelf kunnen ophangen en neerzetten. We maakten ook een vogelkastje, waar de jongeren met verf hun creativiteit lieten spreken. Als afsluiter hielden we een fotoshoot in de fotostudio.

Elke dag komen er nieuwe ideeën maar ook vragen naar boven. ‘Try-out’ is een project van elke dag opnieuw beginnen, proberen en in vraag stellen. Het is de bedoeling uit te proberen en te evalueren. Hieruit zal het project groeien en vorm krijgen. Hop naar een volgende dag vol nieuwe ervaringen…

 

December 2014

Voorwoord

Alweer een laatste nieuwsbrief van het jaar. Een bewogen en bevlogen jaar is het wel geweest.

Het zijn de donkerste dagen, maar volgens de radio ook de warmste dagen. Ergens is dat wel te voelen in de lucht, dat er een soort verbondenheid hangt. Allemaal verschillende mensen die op een of andere manier geraakt zijn en vanuit dat gevoel anderen willen helpen of steunen. We negeren even de niet te stuiten overconsumptiedwang die waar te nemen is in winkelstraten en supermarkten die uitpuilen van luxeproducten die de feestdagen net dat ietsje meer moeten laten sprankelen. Hoezo crisis?

December was een sociaal wat woelige maand in België, dat kunnen we misschien wel zeggen. Een aantal stakingsdagen die het land zo goed als lamlegden. Heel wat mensen die desondanks aan de arbeid gingen, want “werk genoeg aan de winkel”. Er is veel discussie geweest over het al dan niet zinvolle van staken. Is de staker symptomatisch voor de individualisering in de maatschappij, of juist een vaandeldrager van de solidariteit? Is het genoeg dat ieder in eigen boezem kijkt om zijn eigen ware intentie te kennen? Of is het enkel het zichtbare, meetbare, voelbare effect op de buitenwereld dat hier relevant is?

Omdat we niet zomaar met onze kop in’t zand kunnen doorwerken aan wat (vanuit onze visie) nu eenmaal moet gedaan worden, stonden we op 15 december met een klein ploegje van Alba mee in de wachtrij van het CAW in Leuven. Het was een frisse dag, maar er was warmte van daar samen te staan, samen geraakt door de maatregelen die ons als samenleving hoogstwaarschijnlijk staan te wachten. En er was ook lekkere soep.

Die dag waren er ook de hart/dverwarmende acties van de burgerbeweging die opkomt voor een warme en solidaire samenleving. Ik nam mijn dochters mee naar het bruisende hart van de beweging in Leuven. Ze genoten van een warme chocomelk en dansten en sprongen zich warm op de percussiemuziek van FabotàstiX. “Maar wat betekent dat eigenlijk mama, ‘Hart boven Hard’?” Op zoek naar woorden en beelden om die betekenis tastbaar te maken voor een achtjarige. Zij zijn de bron die ook morgen de kilte uit de samenleving moet halen/houden.

Zij zijn degenen die de gevolgen van de keuzes die nu gemaakt worden zullen moeten dragen. Laten we hen onderdompelen in een wereld van koesteren, delen, ondersteunen en omarmen. Opdat ze voelen waarvoor ze zullen moeten blijven vechten.

Alba gaat er alvast voor, in 2015! Maar eerst nog, en voor jullie allemaal:

afb7

 

Lees hier de volledige nieuwsbrief

September 2014

Voorwoord

Dit is een voorwoord! Wat is een voorwoord?

Of: Welk soort waarheid willen we daarin geschreven of gelezen hebben? We kunnen al beginnen met de objectieve waarheid in de vorm van een korte inhoud van hetgeen er in de volgende pagina’s te verwachten is, de nieuwsbrief in een notendop.

Zodus: een verslagje van een fi losofi sche babbel onder de bemiddelaars, het verhaal van de start van een nieuw project rond bemiddeling in de schoolomgeving, een fotoverslag van de korte en lange lopende projecten van de ondersteunende begeleiding, het relaas van een lokaal voetbalkampioenschap op de Leuvense Bruul, en een onderzoek naar de meerwaarde van dans voor maatschappelijk kwetsbare jongeren. Dat was alleszins geen harde noot om te kraken.

Een voorwoord is ook een plek om nieuwtjes kwijt te geraken die nergens anders een plekje gevonden hebben. Zoals bijvoorbeeld: in Knack verscheen een vraaggesprek met Wim Cuyvers, die in de Jura een berg vond en daar ook af en toe een plek biedt voor één van onze jongeren. Op Wim zijn berg staan 2 eenvoudige gebouwen die als het ware een soort openbare ruimte moeten vormen of bieden waar mensen even uit kunnen rusten. Het is er stil, rustig, eenvoudig, te midden van de natuur, zonder luxe… Voorbijgangers zouden al eens tegen Wim gezegd hebben: “monsieur, vous avez vraiment de la chance!”

Het geluk om een keuze te kunnen gemaakt hebben…

Zit de waarheid in dat geluk; of vindt je het geluk in het grijpen van die kans of in het loslaten van het overtollige, met minder tevreden te zijn, of in het vrij kunnen maken van die keuze,…?

Het is duidelijk dat er de komende legislatuur aardig zal worden bespaard; dat is het gevolg van een indirecte collectieve keuze die ieder voor zich in vrijheid kon maken. Vrijheid die niet blij maakt nu we het allemaal (of de meesten) binnenkort met wat minder zullen moeten stellen. Minder cultuur, sport, kindergeld, kinderopvang, woonbonussen, elektriciteit … Niet het soort minder waar de gemiddelde mens blijer of vrijer van wordt. Maar dat heeft er misschien mee te maken dat dit minderen ons weer beperkt in de beschikbare keuzes…afb4

Beschikbare keuzes die voor sommigen onder ons van in het begin toch al redelijk beperkt (lijken te) zijn. Je moet maar vanuit die positie vertrekken… In haar opiniestuk voor de Morgen van 10 september voelt Annelies Verhoeven zich mee verantwoordelijk voor de dood van een twintiger, omdat ze “te weinig haar mond open doet in het maatschappelijk debat”. Is dat dan niet een verantwoordelijkheid die we allemaal samen dienen te dragen? De verantwoordelijkheid om de vrijheid te nemen om onze mond open te doen?

Zonder vrees in je kracht gaan staan en de wereld laten zien waar je voor staat. Omdat je weet dat je de klappen die mogelijks volgen wel kan opvangen. Omdat je niet alleen staat.

Soms een moeilijke opgave, maar het is wat we telkens weer vragen aan de jongeren die bij ons binnen wandelen. En zo vaak doen ze dat zo mooi.

Marjan

 

Filosofisch café over Waarheid: een subjectieve impressie

afb5Op een zwoele zomeravond begin juli werd een vreedzame straat in een vreedzaam dorp opgeschrikt door een zootje ongeregeld dat druppelsgewijs één van haar bucolische tuinen begon in te palmen. Vanachter hun jaloezieën volgden de lokale inboorlingen deze overname argwanend, met enigszins verschrikte ogen. Wat was hier in vredesnaam de bedoeling van? Wat was het plan?

Het plan was dat de vrijwilligerswerking van BAL haar jaarlijkse filosofische café hield. En vermits de traditie het zo wil, vindt deze altijd plaats in een lommerrijke omgeving, te midden van het lover en niet gespeend van fora en fauna. Dit jaar waren we via collega Dirk en zijn connecties aldus in een fermette beland, in een klein gehucht waar doorgaans niet zo veel mensen bijeen leken te komen. En al zeker niet om te filosoferen. En al zeker niet over een thema als Waarheid.

Want daar zou het over gaan, over Waarheid. Wat het was, of kon zijn, en wat het was, of kon zijn, in het kader van bemiddeling. Want bemiddeling, daar doen we het uiteindelijk toch voor. Om wat op temperatuur te komen en inspiratie op te wekken (In Vino Veritas, Philippe wist het al), hadden organisatrices van dienst Miriam en Liesbeth een hele hoop hapjes en wijn laten aanrukken. We zouden er alleen maar wel bij varen, zo bleek later, want meermaals wierpen de kaasblokjes zich op als gedroomde symbolen of metaforen om één of andere filosofische stelling meer ‘body te geven’.

Na enkele onvermijdelijke mopjes (“de waarheid komt uit een kindermond” of “waar is Kris/is Kris waar?”) staken we van wal. Onze overpeinzingen en mijmeringen werden in ordentelijke banen geleid door de filosofische pennenstreken van kapitein Erik Claes, die vanaf de flipchart onze opwerpingen met milde doch strakke hand naar ongekende wateren modereerde en zo verhinderde dat onze oprispingen het filocafé al te zeer deden kapseizen. We leerden uit een inleiding dat filosofische cafés sinds enkele jaren helemaal in zijn en over de ganse wereld worden gebezigd, waarbij de filosofie vanonder het stof werd gehaald, ontdaan van haar elitaire jasje, bij pot en pint en hoera, er mocht ook gelachen worden.

Daarna werden we per 3 wandelen gestuurd om inspiratie rond ‘Waarheid en Bemiddeling’ op te doen. De tuin leende zich hier goed toe, al stootten we ook als snel op enige verwarring, en bleek de obligate vraag “Wat is waarheid” in zekere mate toch een varkentje dat we eerst moesten zien te wassen alvorens we ook theoretisch daadwerkelijk de hort op konden.

We hergroepeerden in een filosofische cirkel en probeerden de droesem van onze bevindingen op papier te destilleren, onderwijl voorzichtig nippend van glazen rode en witte waarheid. Uiteindelijk werd democratisch Filosofisch café over Waarheid: een subjectieve impressie besloten dat we het wilden hebben over de vraag “Maakt Waarheid vrij?”. Eerst zouden we deze vraag los van de box van bemiddeling behandelen om in een latere fase terug in the box te duiken.

Al snel kwamen we tot de som dat er verschillende soorten waarheid bestonden: de absolute (die we, bij gebrek aan magic mushrooms, die avond al snel zouden laten varen), de empirische (het oog wil ook wat), de intersubjectieve ( gedeelde betekenissen door een groep mensen) en de subjectieve (iemand is er rotsvast van overtuigd dat hij de zoon is van Elvis) Waarheid. Met dan de voor de hand liggende vraag of er een soort hiërarchie bestaat tussen deze verschillende waarheden. Er werden metaforen opgeworpen, stellingen geponeerd en opvattingen beargumenteerd, dit alles terwijl de avond viel en de krekeltjes begonnen te zoemen.

afb6Onderwijl trachten we de immer aanwezige hond des huizes, die als een bezetene onze filosofische kring afkwijlde op zoek naar worstjes en aandacht, wat te negeren. Tot op zekere hoogte lukte dit, al moesten we ons wel regelmatig laten gelden en schoot Kwinten net niet in een Spaanse colère omdat het traumatische litteken van een vroegere hondenbeet weer dreigde te worden opengereten. Wat later vroeg de dame des huizes of het onze maatschappelijke orde misschien ten goede zou komen als ze haar trouwe viervoeter achter slot en grendel hield. Aangezien het thema van de avond waarheid was, en we het er zo goed als eens over waren dat dit een na te streven goed betrof, antwoorden we in alle eerlijkheid dat dat misschien geen slecht plan was, waarop zowel het dier als de vrouw mokkend richting gesloten ruimte draafden. De waarheid maakt niet altijd vrij, we hadden het net geleerd in onze cirkel, en het mormel werd meteen ervaringsdeskundige van dienst.

Vrijheid dan, een begrip ook niet meteen van de poes. Is vrijheid een begerenswaardig iets? Iemand opperde tussen de borrelhapjes door, dat het misschien de afwezigheid is van angst en verlangen, een stelling die door een deel van de filosofen op goedkeurend gemompel onthaald werd, maar de wenkbrauwen van een ander deel deed fronsen. Het zou nog wel vaker gebeuren, maar het maakte er de boel niet minder geanimeerd op. Bovendien was een mopje nooit veraf. We kwamen min of meer overeen dat er min of meer 2 soorten vrijheden bestonden: vrijheid van iets (bv. van een kwijlende, aandachtszieke hond) en vrijheid voor iets (bv. vrij zijn om ‘s avonds ongestoord naar filosofische debatten te kunnen luisteren en al dan niet zelf iets op te werpen).

De cirkel was zo goed als rond, we keerden rustig terug naar de relevantie voor bemiddeling en terwijl het al bijna begon te schemeren werden de laatste kaasblokjes opgepeuzeld. Met het warme gevoel van een geïnspireerde inborst werd de cirkel terug opgebroken, werden de stoelen terug op hun plaats gezet en nadat we iedereen bedankt hadden, niet in het minst Erik Claes, de organisatie en de deelnemers, poetsen we de plaat, terug de wijde wereld in.

Kwinten

Lees hier de volledige nieuwsbrief

Juni 2014

Voorwoord

afb2014_1De zomer is er met volle overgave aan begonnen. Een zomer vol belofte… Wordt het een zomer waarin we de vruchten kunnen plukken van enkele maanden hard werken?

We vliegen er alleszins meteen stevig in: de eerste week gaat van start met de eerste editie van het BZW kamp in samenwerking met Cachet. Alleenwonende jongeren mogen elkaar een weekje inspireren, ondersteunen, en ook samen wat lol beleven in het mini-paradijsje op Les Jooqes te Biez.

In juli zal er ook nog iemand anders invliegen. Na het een aantal maanden zonder directeur gered te hebben – dankzij weer eens een tandje bij in het beleidsteam! – zullen we Tom Herbots aan boord hijsen. Tom is geen onbekende voor Alba: een tiental jaar geleden werkte hij nog als begeleider voor Oikoten, en de voorbije jaren was hij lid van de raad van bestuur. We verwelkomen Tom nu als directeur en wensen hem veel succes! We kijken uit naar een stevige frisse wind in de zeilen.

We zaten de voorbije maanden natuurlijk niet stil, ook onze wereld draait hoe dan ook door. Bij BAL werd er bijvoorbeeld een reportage in elkaar gebokst over Hergo. Op 31 maart werd de DVD met de reportage voorgesteld aan een ruimer publiek. Intussen werd er onder de beelden ook een franse en engelse ondertiteling geplaatst, en kon de dvd met enkele bemiddelaars mee naar Dublin. De cijfers daarrond zal je wellicht in onze “infographic” van 2014 terugvinden. Moest je je nog afvragen wat er allemaal gebeurd is binnen/door/rond Alba in 2013: een korte en bondige samenvatting daarvan vind je achteraan deze nieuwsbrief. Het uitgebreide kwaliteitsverslag is op onze website te vinden.

Ook bij Gambas (ttz de alternatieve maatregelen) zetten ze graag jongeren in beweging, onder andere in hun hoofd. Bijvoorbeeld, heel wat leerprojecten, zoals je kan zien in ons overzicht. Maar soms, en passant, wordt er daar ook al eens een stagiaire door elkaar geschud. Dat kan je kijk op de draaiende wereld en jezelf ook grondig veranderen. Niet alleen jongeren hebben daar baat bij blijkbaar.

De jongen met de boekentas waar Sophie over vertelt in deze editie, zag ik ook toekomen op het Alba-erf te Herent. Blijkbaar was er voor de doelgroep 6-12 jaar nog een gat in de integrale -jeugdhulp-markt… Ik prijs mezelf gelukkig dat mijn meisjes nog (redelijk) zorgeloos kind kunnen zijn, dat ze maar met 2 moeten strijden om mijn individuele aandacht. Ik denk aan de juf die vindt dat m’n oudste ‘toch nog erg jong is voor haar leeftijd’ en ben blij dat ze zo zichzelf mag zijn zonder buitenproportionele bagage. Hier en daar proberen die bagage lichter draagbaar te maken, door het hervinden van eigen kracht, door op zoek te gaan naar verbinding en herstel … maar weer eens een kleine samenvatting van hetgeen waar Alba voor wil staan, nu ook voor druppeltjes en kiezeltjes. Morgen gaan we het jongetje met de boekentas voorstellen aan twee guitige (en totaal zorgeloze en onbevooroordeelde) heertjes, de pony’s Diego en Ramon. Ik ben benieuwd naar het ‘gesprek’ dat daar zal ontstaan…

En in Biez zullen ze wel zeker vruchten kunnen oogsten en plukken, zoals patatjes, tomaten, paprika, frambozen en …wilde bloemenhoning! mmm…

Marjan

 

Lees hier de volledige nieuwsbrief

Maart 2014

Hoedje af!

De eerste vier maanden zitten erop. En ik geniet van de hoge kwaliteit van de BAL-opleafb1iding voor vrijwilligers. Die zit verduiveld knap in elkaar. De eerste twee maanden ‘horen, zien en zwijgen’. Vooral dat verplichte zwijgen is een grote troef omdat het je dwingt om je uitsluitend te concentreren op wat je ziet en hoort. Je zit niet te denken over wat je nu meteen weer moet inbrengen. Dan kun je achteraf leren uit de antwoorden op je vragen: “Waarom pikte je dit op? Waarom liet je dat liggen? Waarom reageerde je toen zo?’.

Bij momenten schudde het mijn wereldbeeld door elkaar. Zoals bij een uit de hand gelopen vechtpartij op school. Ik dacht eerst: waarom komt dit nu in godsnaam tot bij parket en bemiddeling? Maar ik ontdekte hoe die jongeren met angst en schuldgevoelen zaten. Ik zag hoe dat uitspreken tegenover de bemiddelaar – en later tegenover elkaar – enorm bevrijdend werkte. Er zitten weer wat extra vooroordelen in mijn papiermand.

Het observeren gaf mij ook rust. Ik zag en hoorde dat je ook met jaren ervaring soms meteen raak zit en soms een spoor volgt dat je daarna weer verlaat omdat het niet ter zake doet. En ja, dat ook een ervaren bemiddelingsrot nog de krop in de keel krijgt als ze een puber ziet worstelen met de gevolgen van het wegmoff elen van dat toff e topje in de C&A.

afb2Daarna volgde de training in gesprekstechnieken op het weekend. Al was dat voor mij wat te kort. En daar zie ik het enige minpuntje tot nu toe: we oefenden elke gespreksfase maar één keer in rollenspel. Ik miste daar de ketting: oefenen – bespreken – opnieuw oefenen om de feedback toe te passen. Maar tegen de sfeer met collega’s Lie en Johan, DOB’er Bart en trainers Myriam en Dominique, zeg ik gewoon ‘U’.

Sinds het weekend neem ik stap voor stap onderdelen van het bemiddelingsgesprek op. Met de ruggensteun van mijn coach die me subtiel en met positieve feedback het rechte(re) pad opstuurt, en in overleg het voortgangsritme afl ijnt. Die uitvoerig ingaat op al mijn vragen. En ik ben me er goed van bewust dat je je als coach in die setting ook zelf heel kwetsbaar opstelt. Bedankt, Dominique, dat je dat doet.

Natuurlijk, denk ik dan: “Je hebt gewoon geluk dat je beste coach van allemaal trof!’ Mijn voetbaldochter vindt dat ik dat duidelijker kan formuleren: “Allez pa, zeg toch gewoon: Dominique is de Marc Wilmots van de coaches!”

Jaak

 

Lees hier de volledige nieuwsbrief

December 2013

Voorwoord

De kinderen tellen af, tellen nachtjes. Nog 2 nachtjes slapen en we gaan naar papa. Nog 4 nachtjes en het vriendinnetje komt slapen. Nog 6 nachtjes en we mogen kadootjes opendoen. Het gaat natuurlijk tergend traag.

Samen met hen tel ik dagen af. Wat gaat dat zorgwekkend snel! Nog 2 dagen en het is kerstvakantie. Oef! Want de batterijen zijn aan een oplaadbeurt toe. Help! Want er is nog zoveel in orde te brengen om gerust aan die korte winterstop te kunnen beginnen. Nog 12 dagen en het jaar is defi nitief helemaal voorbij. Zijn we wel al klaar voor dat nieuwe jaar? Zijn we al wel klaar met 2013? Er is natuurlijk een zekere onafwendbaarheid…

Er is een mannetje met een elektrische fi ets dat sinds enkele weken regelmatig mijn pad kruist. Meestal sta ik in de auto aan een bepaald rood licht te wachten; hij steekt kaarsrecht en beheerst over. Of hij zoeft me voorbij terwijl ik een heuvel op zwoeg. Hij is duidelijk heel opgezet met zijn nieuwe mobiliteit. Hij doet het net niet, maar je ziet dat hij soms wel zin heeft om z’n benen in de lucht te steken, al zoevend. Hij heeft zichzelf ook uitgerust met een coole vliegeniershelm en een stoere bijpassende jack. Om me in te halen rinkelt hij tot drie keer toe met zijn bel, om zich er van te vergewissen dat hij niet onopgemerkt voorbij zou komen. Met zoveel snelheid heb je misschien meer plaats nodig om je veilig te voelen.

Zo’n fiets, daar is Alba nog niet aan toe… Het voorbije jaar leek het soms of we nog in het zijwieltjes-stadium zaten. Of zo’n zotte fi ets waar je eerst op moet uitzoeken hoe je juist moet trappen om vooruit te komen. Alleen zit je dan met de hele ploeg elk op zo’n fi etsje en moet je proberen een peleton te vormen. Of misschien is het wel een mega-tandem. We zoeken het nog uit. Hoe moet je dat coördineren? En dan het parcours! Dat moet dan aangelegd worden al fi etsend. Soms moet je dan best wel even afstappen.

Ook om Leen uit te wuiven zijn we even afgestapt. Nu ja, die Leen loopt gelukkig nog wat met ons mee, af en toe een duwtje of een steuntje, of een aanwijzing.

Begin 2014 staat er nog zo’n afscheid op ‘t programma. Onze “fietsenmaker” Luce gaat met pensioen en dat leidt tot wat vragen rond vervangbaarheid, maar natuurlijk ook wel tot een bepaalde vorm van feestelijkheid. Aan de gebruikelijke feestjes mogen we ons ook nog verwachten het komende jaar: het voorbije jaar toch een 5-tal gasten en meiden uitgewuifd en weer verwelkomd voor en na hun langere tocht, een nieuw ploegje vrijwillige bemiddelaars opgestart,… in 2014 van’t zelfde! ?

Het voorbije jaar zijn er heel wat jongeren gepasseerd door Alba-handen, wat toch wel wennen was, al dat komen en gaan en soms ook gewoon niet-komen, of niet-gaan. Er is veel nagedacht, geprobeerd, omgekeerd, uitgewisseld, onderzocht. Er is toch vooral ook veel gedaan. Of het genoeg zal zijn, weten we nog niet. Ons kronkelend pad zetten we verder in 2014. In maart gaan de intersectorale poorten van de integrale jeugdzorg open. Wat zit er juist voor of achter die poort? Wat zal er met die nieuwe voor/achterdeur veranderen voor ons? Dat zal mogelijks voer zijn voor een volgende nieuswbrief… Maar na ieder opgezwoegd heuveltje zoeven we met de beentjes in de lucht weer naar beneden. Hoppa!

Marjan

 

Hoe zou het met Hergo* zijn?

In het begin van deze eeuw werd een Maori-jongetje uit NieuwZeeland weggeplukt en geadopteerd door professor Walgrave van de KULeuven. Zijn assistente Inge Vanfraechem voedde de baby de eerste jaren op, onderzocht het langs alle kanten en zag dat het voldoende kansen had om zich in onze samenleving te integreren. Ook ons federale parlement was overtuigd van de deugdzaamheid van de jongen en vertrouwde hem toe aan de HCA-diensten om zijn toekomst veilig te stellen. Intussen is Hergo een puberjongen met de daarbij horende kuren. En hij blijft wat in de schaduw staan van Herstelbemiddeling, zijn grotere zus.

Metaforen hoeven geen uitleg, hoor ik een stemmetje zeggen, stop maar met schrijven! Ik voel toch enige aandrang om er iets aan toe te voegen…

In 2006 kreeg Hergo zijn plaats in de nieuwe Jeugdwet, naast bemiddeling. In 2007 werden in 11 HCA-diensten Hergomoderatoren aangeworven en opgeleid. Jeugdrechters en parketmagistraten, politie-inspecteurs en consulenten werden op de hoogte gebracht van dit nieuwe concept, dat als eerste reactie moet worden aangeboden aan jongeren die een ernstig strafbaar feit hebben gepleegd.

Het was een kwestie van tijd voordat Hergo een revolutie zou teweeg brengen in het landschap van de jeugdcriminaliteit. In plaats van een opgelegde maatregel door de jeugdrechter af te wachten, zouden massa’s jeugddelinquenten zelf hun pakketje herstelmaatregelen samenstellen, in overleg met hun slachtoff er en de politie.

Hergo heeft tot nog toe niet die hoge vlucht genomen. We zien dat het aantal aanmeldingen in de laatste 5 jaar niet groeit en blijft hangen rond de 100 per jaar voor Vlaanderen. Heel wat jeugdrechters bijten niet in de Hergo-appel: ze zijn niet bereid hun ‘macht’ af te staan en/of vinden dat Hergo traag en inefficiënt is. Daarnaast hebben veel parketmagistraten een automatisme ontwikkeld om in alle dossiers Herstelbemiddeling voor te stellen, ze maken zelden de afweging of Hergo een betere optie is. Consulenten van de Sociale Dienst concentreren zich vooral op problematische opvoedingssituaties en jeugdadvocaten blijven hun rol meestal zeer passief invullen.

Van alle aanmeldingen leidt ongeveer een derde tot een eff ectieve Hergobijeenkomst. Vooral voor de slachtoff ers blijkt het aanbod soms een moeilijk te nemen drempel. Dit lage opstartcijfer draagt op zijn beurt bij tot de scepsis van de mogelijke verwijzers.

Kan of zal het Agentschap Jongerenwelzijn dit kleine plantje water blijven geven? Voorlopig blijft men in Brussel geloven in Hergo, maar het is duidelijk dat er een doorstart moet komen, zo niet zal onze Maoriboy ooit een retourtje Nieuw-Zeeland krijgen. Door enkele onderzoeken weten we nu waar de pijnpunten zitten. Op Vlaams niveau maakt de Werkgroep Hergo momenteel een denkoefening om antwoorden te verzinnen op de pertinente vragen van de verwijzers en om het Hergoconcept waar nodig bij te schaven.

Hoe zit het in Leuven en omstreken? Çavakes, maar alles kan beter.

De jeugdrechters en de parketmagistraten van ons arrondissement zijn erg aanspreekbaar, zij staan achter de idee van Hergo en sommigen van hen zijn ronduit fans. Dat maakt dat we goed samenwerken en dat er regelmatig formeel of informeel overleg mogelijk is. Dit resulteert is vrij behoorlijke aanmeldingscijfers: 15 tot 20 aanmeldingen per jaar, dit jaar zitten we aan 23 aangemelde jongeren en ongeveer evenveel slachtoff ers. Ongeveer 40% van de aanmeldingen leidt in Leuven tot een Hergobijeenkomst. Met deze cijfers zitten we in de kopgroep van Vlaanderen.

Zijn we tevreden? Niet helemaal. Ook voor onze parketmagistraten is de keuze tussen Hergo en bemiddeling niet evident. Een aantal mooie Hergodossiers komt bij bemiddeling terecht en omgekeerd zijn niet alle feiten waar Hergo aangeboden wordt echt ‘ernstig’. Het feit dat deze 2 werkvormen naast mekaar bestaan vraagt om een duidelijke a akening maar de wet voorziet hier helemaal niet in. Daarnaast is het zo dat onze Hergomoderatoren allemaal bemiddelaars zijn. Zij zijn gewoon om zeer sterk in te spelen op wat de partijen (dader en slachtoff er) willen en volgen het tempo van deze mensen. Bij Hergo is dit niet helemaal mogelijk: er is de verwachting van de jeugdrechter dat de Hergo snel tot een herstelplan leidt en een herstelpakket afl evert dat compleet is en tevens een bijkomende maatregel van de jeugdrechter overbodig maakt. Daarnaast zit de Hergobijeenkomst zelf in een vrij strak keurslijf, waar moderatoren/bemiddelaars zich niet altijd prettig in voelen. We zijn intern dan ook stevig aan het brainstormen hoe we dit concept wat beter naar onze hand kunnen zetten. Tot onze verbazing doet al dat denken ons zelfs deugd.

Last but not least: Dimi en Karsten (die met Dikadoku de Koppen XL reportage rond 30 jaar Oikoten prdoduceerden) zetten momenteel ook hun tanden in Hergo. Ze werken aan een reportage waarbij ze slachtoff ers en (hopelijk ook) een jongere interviewen die deelnamen aan een Hergo. Het resultaat moet over een 2-tal maanden klaar zijn. We kijken er halsreikend naar uit.

Koen Nys

 

Lees hier de volledige nieuwsbrief

Juni 2013

Voorwoord

Een nakend afscheid.

Het was ruim op voorhand aangekondigd. Dus je zou denken dat iedereen ruim de tijd heeft gehad om zich er klaar voor te maken.

En dat is ook zo natuurlijk. Zo kennen we haar wel. Leen. Die vertrekt niet zomaar met hangende zaken achter zich. Alles wordt tot in de kleinste details overgedragen, gebriefd, opgeruimd en uitgeklaard.

En toch. Kan ik me nu niet inbeelden hoe het volgende week gaat voelen. Zonder de al-wetende-Leen daar boven. Die zekerheid dat er altijd nog iemand is die het antwoord op die moeilijke vraag wel zal weten. Of de oplossing voor die ingewikkelde kwestie.

En toch. Zien we haar met alle plezier vertrekken. Want hoe mooi is dat! Zomaar een hele nieuwe uitdaging aan gaan. Hoe dapper is dat! Zomaar in dat diepe water springen!

Enkele dagen geleden nam ik zwetend afscheid van de zomer voor ze goed en wel begonnen was. Elk begin is een eind van iets. De dagen beginnen weer te korten, de zon is voorbij haar hoogtepunt.

En toch. De zomer is nog vol belofte. De aardbeien zijn zoet en sappig.

Tegelijkertijd, aan de andere kant van de wereld. Probeert een oude man te sterven. De wereld lijkt nog niet klaar voor zijn vertrek. Alsof de mythe zou vervliegen samen met zijn laatste adem.

Terwijl ; die goede man heeft zijn leven geleefd zoals hij vond dat hij het moest leven. Hij heeft daarmee heel wat bereikt. Voor degenen om hem heen op deze bol. Laten we hem daarin eren. En zeggen: het is goed! Ga maar…

En hier… wuiven we straks Leen uit. Geven haar nog een zetje op haar verdere reis met haar kleine prins. En zullen we ook af en toe nog denken: “Hoe zou Leen dat gedaan hebben?” (en als we daar het antwoord niet op vinden, mogen we gewoon de telefoon oppakken!)

Maar misschien is het droevigste/leukste wel: te weten dat je ook zonder zal kunnen. We redden het wel hoor! We gaan die telefoon niet vastnemen, toch niet voor van dat soort vragen! En al gauw zal het lijken alsof het nooit anders was. De wereld draait door.

afbeelding1En dat het hier draait! Het samengesmolten team van de dienst ondersteunende begeleiding heeft het zo druk dat ze zichzelf nog niet eens een naam hebben kunnen geven. Onze “nieuwe” directeur Gard zoeft van de ene deelwerking naar de andere. Onmiskenbaar aanwezig. Een duidelijke windrichting. Zo veel mogelijkheden liggen open.

En wij smijten ons in de zomer! En lekken dapper ijsjes, ook in het openbaar. En bij temperaturen die te wensen over laten. Zonder ons af te vragen of dat wel mag, GASboetegewijs.

Marjan

Een pleidooi voor aandacht en vertraging…

Waarom werk ik begot als vrijwilliger bij BAL?

Twee jaar geleden werd ik begeesterd om als vrijwillige bemiddelaar bij BAL te gaan werken door het mandaat dat je krijgt vanuit de samenleving om met beide partijen (dader en slachtoff er) aan de slag te gaan op zoek naar herstel. Onlangs werd ik me bewust van een andere motivatie en die deel ik graag met jullie.

Ik was onlangs op een workshop/studiedag waar verschillende onderzoekers-fi losofen hun bevindingen toetsten rond de verbanden tussen de thema’s zingeving – vrijwilligerswerk en burgerschap. Het was een hele karwei om ter voorbereiding alle Engelstalige teksten te doorwroeten maar het was heerlijk om een dag te kunnen meedenken rond dit thema. Geïnspireerd en vervoerd stapte ik ‘s avonds terug naar huis.

In het kader van dit onderzoek werd ik als vrijwilliger bij BAL naast een tiental andere vrijwilligers geïnterviewd. Tijdens dit interview werd ik verrast door mijn eigen antwoord op de vraag naar wat me dan concreet betekenis verleende/zin gaf in het werk als vrijwilliger.

Eén van de onderzoekers onderzocht aan de hand van een aantal voorbeelden van de geïnterviewden een houding van “bewogen worden”. De basis van deze houding werd mooi weergegeven in het Engels met het woord “w(h)itnessing” hetgeen zowel betekent “erbij, bij iemand zijn” als “getuige zijn ofwel van op een afstandje zijn” en dit op hetzelfde moment. Dus op hetzelfde moment bij iemand zijn en van op een afstandje getuige zijn. Een houding die aanwezigheid vraagt maar ook passiviteit; je doet niet iets maar stelt je receptief op.

Deze houding werd mooi weergegeven door een andere geïnterviewde “het vraagt talent om in die mate nabij te zijn zodat men een discrete afstand kan bewaren en tegelijk deze afstand gedeeltelijk weet te overbruggen om nabij te zijn” . Het voorbeeld waar ik uit putte behandelde een fi etsdiefstal waar ik als leerling-bemiddelaar bij het slachtoff er op huisbezoek was. Ik zat rond een tafel met heel wat gezinsleden en joelende kinderen. Wat me onmiddellijk opviel was de chaos en het totale gebrek aan hygiëne in de kamer hetgeen bij mij zowel een oordeel als mijn hulpverleningsinstinct opriep. De jongen had de splinternieuwe fi ets nodig om naar zijn leercontract te gaan. Nochtans had de moeder heel wat begrip voor de moeder van de dader. Ze begreep hoe moeilijk het was om wat geld opzij te houden aan het einde van de maand om de schade te vergoeden en ze ging akkoord om de termijn van de terugbetaling te verlengen zodat de moeder van de dader iets meer ademruimte had . Dit voorval doorbraak als een donderslag bij heldere hemel mijn vooringenomenheid en mijn referentiekader. Deze vrouw communiceerde haar innerlijke kracht zonder dat ze zich daar zelf bewust van was. Een vrouw die zelf in moeilijke omstandigheden leefde was bereid om haar mededogen met de moeder van de dader voor te laten gaan op haar eigenbelang. Ik ervoer op dat bevoorrecht moment een nabijheid en sterke betrokkenheid met deze vrouw zonder mijn plaats als toeschouwer/getuige te verliezen. Ik was w(h)itnessing.

Op dat moment werd ik bewogen door de andere (ondanks het feit dat de andere geen vriend was, iemand die ik graag had noch bepaalde waarden mee deelde). Hier ontstond een moment van gemeenschap tussen mensen die weinig gemeen hebben. Dit “bewogen worden” overviel me, je kan het niet bewerkstelligen, hooguit een aantal voorwaarden creëren. Een niet onbelangrijke voorwaarde is het nastreven van een zuivere aanwezigheid in de relatie; een aanwezigheid die vrij is van het zoeken naar vervulling van je eigen noden. Deze beschikbaarheid is niet onmiddellijk zichtbaar, een beetje vergelijkbaar met een spiegel. Pas op het moment dat de kwetsbaarheid of de waardigheid van de ander er in weerspiegeld wordt kan het bewogen- worden weliswaar zonder enige garantie, plaats vinden. Misschien vergelijkbaar met een houding van niet-weten waar je op een al dan niet bewuste manier je beeld of je referentiekader van iemand of van een situatie laat voor wat ze is. Als je enkel vertrekt vanuit een wetende houding, is de neiging groot om sturend aanwezig te zijn en dat weerhoudt een houding van w(h)itnessing.

Ik ervaar het in mijn werk als bemiddelaar niet vanzelfsprekend om te midden van alle aandachtspunten en strategieën die je meeneemt naar een gesprek deze houding van beschikbaarheid en ontvankelijkheid blijvend te cultiveren. Maar als ik er bij momenten in slaag om als w(h)itness aanwezig te zijn en bewogen word door het verhaal van de ander staat de tijd even stil en voel ik me wezenlijk gebed in deze samenleving…

Philippe

Lees hier de volledige nieuwsbrief